Logos Multilingual Portal

39. De vertaler in de samenleving

HomeTerugVooruit


Een vertaler is een sociaal dier, want vertalen betekent communiceren. Een vertaler is ook een cultureel dier, want vertalen betekent in de eerste plaats vertalen van de ene cultuur in de andere, en in deze zin moet iedereen die deel uitmaakt van een gemeenschap — in de breedste zin des woord — en te maken heeft met personen die geen deel uitmaken van die gemeenschap, vertalen, namelijk om tussen wie zich daarbinnen bevindt en wie er geen deel van uitmaakt te kunnen communiceren. In elke gemeenschap is communicatie gebaseerd op een zeer hoog percentage elementen die als bekend worden verondersteld, waaromheen de communicatie zich afspeelt. Als elke boodschap zou moeten uitgaan van een compendium van alle bekende gegevens, dan zou er geen eind aan komen.

Omdat in elke gemeenschap de bekende elementen, die de mensen zich eigen hebben gemaakt, anders zijn, moet iemand die zich buiten de groep bevindt een vertaling tot stand brengen om te kunnen communiceren met iemand die zich binnen de groep bevindt en vice versa.

Laten wij als voorbeeld de speelfilm A Stranger Among Us van Sydney Lumet nemen1. Een vrouwelijke rechercheur moet een onderzoek uitvoeren binnen een groep chassidim in New York en is gedwongen om zich uit te geven voor een lid van die gemeenschap om haar werk te kunnen doen. De hele film draait om de vertaalproblemen tussen de interne cultuur van de chassidische gemeenschap en de New-Yorkse cultuur in brede zin, de standaardcultuur dus.

Als we ons de wereld van de cultuur als een kolossaal organisme voorstellen dat uit cellen bestaat, gebruikmakend van de op de biologie geïnspireerde metafoor die Lotman ontleende aan Vernadskij, dan is de vertaling een activiteit die zich afspeelt op het niveau van een membraan: in de membranen van de kleinste cellen (de individuen) voltrekt de vertaling zich tussen individu en buitenwereld. Wij hadden het hier al over aan het begin van les 35. In de membranen van groepen van meerdere cellen (gemeenschappen, families, sociale kernen, clubs, verenigingen etc.) vindt vertaling plaats tussen diegenen die deel uitmaken van de groep en de buitenwereld.

Zoals we gezien hebben in les 17 heeft Lotman zich beziggehouden met het begrip «grens» of «afbakening»: dit vormt de afscheiding tussen het eigene en de wereld van de anderen en maakt het mogelijk om door middel van de vertaling te communiceren.

Maar bevindt de vertaler zich aldus in het middelpunt van de samenleving (als iemand die actief bezig is met communicatie), of staat hij aan de rand ervan (als iemand die de functie van "membraan" vervult)?

Vertalen kan een eenzame activiteit zijn. In veel gevallen moet een vertaler werken met instrumenten voor communicatie op afstand zoals de telefoon, de fax, e-mail. Door de toename van dergelijke communicatiemiddelen, van de mogelijkheden van de telematica en de daling van de kosten van communicatie, is de fysieke afstand tussen vertaler en opdrachtgever steeds minder belangrijk geworden.

Je kunt het probleem ook vanuit een andere hoek bekijken. Weliswaar kan een vertaler werken vanuit zijn favoriete eiland waar ook ter wereld, maar hij zal moeilijk werk vinden en bereiken dat zijn naam in de samenleving bekend is als hij geen netwerk van sociale relaties heeft gecreeërd2 waardoor hij als vakman bekend is.

Een vertaler is een oxymoron: hij staat in het middelpunt van de samenleving, en tegelijkertijd aan de rand ervan. In het middelpunt om alles wat wij hebben gezegd over zijn rol van vitale schakel in het communicatieproces; marginaal omdat hij per definitie aan de grens werkt, op de scheiding tussen twee talen/culturen. In het middelpunt omdat een zeer hoog percentage van wat wordt gepubliceerd bestaat uit vertalingen, marginaal omdat in veel gevallen wordt ontkend of onbekend blijft dat het om vertalingen gaat of, wanneer dat niet wordt ontkend, het weinig voorkomt dat de rol (en de naam) van de vertaler duidelijk naar voren wordt gehaald.

Sommige vertalers klagen hierover. Eerder dan te klagen zou het echter nuttig zijn de oorzaken van deze situatie te begrijpen. Er bestaat kennelijk geen cultuur van de vertaling en vele jaren lang bestonden er ook geen instituten waarin vertalers konden worden opgeleid. Sommigen zijn er nog steeds van overtuigd dat de cultuur van de vertaling geen bestaansrecht heeft, dat je voor de vertaling van een technische tekst een technisch ingenieur nodig hebt, voor de vertaling van een verhalende tekst een schrijver van verhalen enzovoorts.

 

Gelukkig is in Nederland, waar internationale communicatie altijd van groot belang is geweest en de kennis van vreemde talen noodgedwongen breder was verbreid dan in sommige andere landen, de vertrouwdheid met de vertaler als beroep en de situatie van vertalers vrij groot.

In Nederland bestaat echter nog geen uniforme regeling voor de opleiding en kwalificaties van professionele vertalers. De universiteiten leiden in beginsel niet op tot het professionele vertalerschap (om de eenvoudige reden dat zij geen beroepsopleidingen zijn, maar academische vaardigheden aanleren); wel bestaan, zoals aan de Universiteit Utrecht, specialisaties en/of studiepaden waarin studenten op het hoogste niveau les krijgen in theorie en praktijk van het vertalen. Mede gezien de omschakeling naar het Bachelor/Master-model is het nog niet helemaal duidelijk welke vorm het vertaalonderwijs aan de universiteiten in de toekomst zal aannemen. Aan te raden valt de website van de Letterenfaculteit van de UU hiervoor te raadplegen (www.let.uu.nl). Naast de opleiding tot vertaler via de universiteit bestaan ook hogere beroepsopleidingen tot tolk/vertaler, zoals die van de Hogeschool Zuyd te Maastricht, de Hogeschool West-Nederland (met hoofdvestiging te Den Haag) en het IVI (in Utrecht). Bij beide groepen bestaat het probleem dat veel talen en culturen waarnaar het komende decennium steeds meer vraag zal ontstaan wegens de uitbreiding van de Europese Unie niet of nauwelijks worden onderwezen (bijvoorbeeld het Sloweens, Hongaars en het Lets). Begin 2003 is bekend gemaakt door de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht dat hun letterenfaculteiten met ingang van het studiejaar 2004-2005 onder andere bij de opleidingen Vertalen nauw zullen gaan samenwerken. Op het moment van schrijven zijn nog geen concrete programma’s bekendgemaakt. Wij adviseren onze cursisten om zich nader hierover op de hoogte te houden via de websites van beide universiteiten.

In het tweetalige België is de behoefte aan meertalige communicatie zo mogelijk nog groter dan in Nederland. Laat ons Vlaanderen even van naderbij bekijken.

Net zoals in Nederland, is door de Bachelor/Master-hervorming nog niet duidelijk welke rol de Vlaamse universiteiten zullen spelen in het vertaalonderwijs.

In ieder geval is het zo dat deze universiteiten tot op heden geen opleiding tot vertaler en/of tolk verzorgden. Die wordt aangeboden in diverse Vlaamse Hogescholen met universitaire opleiding, wat wil zeggen dat ze van academisch niveau zijn. Het zijn de Lessius Hogeschool en het HIVT (Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken) in Antwerpen, de VLEKHO (Vlaamse Economische Hogeschool), de Erasmus Hogeschool in Brussel en de Mercator Hogeschool in Gent.

Vertaler en tolk zijn vaardigheidsgerichte opleidingen en beantwoorden aan bepaalde beroeps-en opleidingsprofielen die op hun beurt overeenkomen met de vraag op de arbeidsmarkt. Aangezien de vertalers en tolken de best opgeleide meertalige communicatoren zijn, moeten zij de moedertaal (in casu het Nederlands) en twee vreemde talen zeer goed beheersen.

Een vertaler kan zich verregaand specialiseren door te kiezen voor literaire vertaling, ondertiteling, vertaling van juridische, wetenschappelijke, technische, economische teksten of voor vertaling in nog ander beroepsdomeinen.

De tolk wordt getraind tot een conferentietolk die voldoet aan de Europese marktnormen.

Voor beide opleidingen behoren stages tot de vormingsmogelijkheden.i

Laten we eens kijken hoe vertalers kunnen worden onderverdeeld. Bedrijven hebben soms professionele vertalers (of soms gewoon afgestudeerden in een vreemde taal) in dienst, die zich bezighouden met verschillende kantoortaken waaronder vertaalwerk of het opstellen van documenten in diverse talen. De grootste bedrijven hebben vaak een eigen, intern vertaalbureau. Daarnaast zijn er vertalers die hun vak als vrij beroep uitoefenen, ten behoeve van uitgeverijen of anderszins. Dit verschil is niet gebaseerd op wezenlijke criteria, maar meer op praktische maatstaven.

Buiten de wereld van de uitgeverijen wordt de vertaler (die vaak ook wordt aangeduid als «commercieel» of «technisch vertaler» ook al houdt hij zich niet specifiek bezig met commerciële of technische vertalingen) gelijkgesteld aan andere beoefenaren van een vrij beroep. In Nederland betekent dit dat over de prestaties van zo’n vertaler omzetbelasting is verschuldigd (per 2001: 19%, tenzij voor opdrachtgevers in andere EU-landen wordt gewerkt: dan is het tarief 0%) en de vertaler ook recht heeft op vooraftrek van b.t.w. en de zgn. regeling kleine ondernemers, mits aan voorwaarden zoals het uren-criterium wordt voldaan. Overigens hanteert het Nederlandse belastingstelsel sinds kort ook een verschil tussen ondernemers en freelancers. Bij vertaalwerk binnen de uitgeverijwereld verricht de vertaler (die vaak «literair vertaler» wordt genoemd ook al vertaalt hij essays of wetenschappelijke boeken) gewoonlijk free-lance werk dat een sterk uiteenlopende frequentie kan hebben. Fiscaal gesproken wordt deze vertaler meestal gelijkgesteld aan een auteur en heeft dan geen recht op heffing (of aftrek) van omzetbelasting.

In beide gevallen, maar vooral buiten de wereld van de uitgeverij, zijn verschillende bedrijven actief die op diverse manieren gebruik maken van vertalers:

  • coöperatieven en andere samenwerkingsverbanden van vertalers: dit is (tenminste in theorie) de eerlijkste vorm van samenwerking, waarbij de voorzieningen (werkruimten, uitrusting, capaciteit) worden gedeeld en de winst wordt gedeeld in verhouding tot de beschikbaarheid en capaciteit. In Nederland komt dit soort bureaus niet veel voor;
  • grote vertaalbureaus (zoals Logos, die deze cursus heeft laten ontwikkelen en op haar website heeft geplaatst), waarbij zowel externe als interne vertalers kunnen werken; de interne zijn meestal verantwoordelijk voor een bepaalde combinatie van talen of voor een sector;
  • gewone vertaalbureaus. Hoewel er verschillende typen kunnen bestaan, is de basisformule die van een commerciële bemiddelaar tussen klant en vertaler.
  • In Nederland bestaat niet echt een duidelijk verschil tussen een individuele vertaler en een vertaalbureau. Veel vertalers hebben zich als vertaalbureau laten registreren of laten vermelden in de Gouden Gids, terwijl ze eigenlijk in maar één taal (hun moedertaal of die van hun studie) gespecialiseerd zijn.

Er bestaan vakverbanden voor vertalers, zoals in Nederland het Nederlands Genootschap van Tolken en Vertalers (NGTV), maar de meeste activiteiten op de markt spelen zich buiten zo’n verband af.

 

Bibliografie

LUMET S. A Stranger Among Us. Met M. Griffith, E. Thal. Usa, 1992.

ROBINSON D. Becoming a Translator. An Accelerated Course. London, Routledge, 1997. ISBN 0-415-14861-8.


1 Lumet 1992.
2 Robinson 1977, p. 203.


i Voor dit profiel van de opleidingsmogelijkheden in België gaat onze dank uit naar Heidi Salaets van de Lessius Hogeschool in Antwerpen.



 



HomeTerugVooruit