Logos Multilingual Portal

5. Vreemde taal en taalbewustzijn

HomeTerugVooruit


In het vorige hoofdstuk hebben we gezien dat men bij het leren van de moedertaal van een ´subverbaal´ taalgebruik overgaat op een grotendeels onbewust gebruik van taal. De eerste ervaringen van taalbewustzijn - bewustzijn van de eigen kennis van een taal - ontstaan wanneer een kind op school begint met het bestuderen van de grammatica van de moedertaal (die het kind tot dat moment heeft beschouwd als iets vanzelfsprekends, een natuurverschijnsel in de wereld, waarover hij zich geen vragen hoefde te stellen) en de eerste ervaringen opdoet met het aanleren van één of meer vreemde talen.

Het Nederlands kent slechts één woord voor meertaligheid, dat zowel gebruikt wordt voor het op zeer jonge leeftijd verwerven van meer dan één taal als voor het aanleren van meer dan één taal op school. De linguïstiek onderscheidt echter twee vormen van meertaligheid. Om dit onderscheid te kunnen maken nemen we hier onze toevlucht tot neologismen. Wanneer een individu als kind gewoon is één taal te spreken en vanaf de schoolgaande leeftijd in aanraking komt met andere talen, spreken we in deze cursus van «multilinguïsme». Plurilinguïsme noemen we daarentegen het verschijnsel dat een individu vanaf de geboorte gelijktijdig meer dan één taal leert1.

Het Sich - dat wil zeggen het individu dat zich bewust is van zijn identiteit en zijn relaties met zijn omgeving - en de persoonlijkheid worden sterk beïnvloed door taalgebruik. Ook al «is het vaak eerder het onbewuste dan het bewuste Ich dat afhangt van de linguïstische ervaringen»2, er bestaat een zeer nauwe en ondubbelzinnige relatie tussen Ich en taalgebruik. Men zou dan ook kunnen denken dat er in geval van meertaligheid sprake is van twee Ichs (en dus van een gespleten persoonlijkheid, van schizofrenie).

Er is onderzoek gedaan naar mogelijke psychische problemen die samenhangen met meertaligheid, maar de resultaten wijzen in een heel andere richting: «[...] ondanks de aanwezigheid van een dubbele persoonlijkheid bij een gecoördineerd (of volmaakt) tweetalige spreker impliceert die dubbele aard geen pathologische verdubbeling van de persoonlijkheid in de zin van de psychiatrie, maar juist een grote verrijking, die het kind niet alleen in staat stelt om verschillende werelden te assimileren, maar het ook een krachtig verdedigingsmechanisme schenkt»3. De noodzaak die meertalige individuen (en in sommige gevallen ook diegenen die op latere leeftijd meertalig zijn geworden) vaak voelen om van de ene code (taal) naar de andere over te stappen en die code-switching wordt genoemd, is juist een positieve en verrijkende factor en vormt «een aanwijzing voor een fundamentele eenheid binnen de structuur en dynamiek van de persoonlijkheid»4

Het gaat dus niet om de gevaarlijke aanwezigheid van verschillende Ichs, maar om een soort meta-Ich dat «de verschillende verbale en communicatieve gedragingen die overeenkomen met de diverse linguïstische codes beheerst en samenstelt»5. Het van kind af aan meertalige individu heeft een complexere en meer ontvankelijke psychische structuur.

Uit sommige studies die zijn uitgevoerd bij meertalige kinderen blijkt dat het code-switching ook een vroegtijdig - zij het onvolledig - bewustzijn met zich meebrengt van de verscheidenheid van talen. Op het moment waarop de taal niet meer alleen een spontaan gebruikt instrument is, maar ook object van reflectie, dat wil zeggen wanneer de taal wordt gebruikt om taal te beschrijven, spreekt met van «metataalgebruik». In het geval van meertalige kinderen kan men dan ook spreken van «metalinguïstisch bewustzijn»6. «Het meertalige subject bereikt vanaf de prille kindertijd een graad van metacognitieve en metalinguïstische ontwikkeling die gewoonlijk die van ééntaligen overtreft.»7.

Het fundamentele verschil tussen het leren van de moedertaal in de kindertijd en het leren van vreemde talen op school (of de diepere en rationelere studie van de eigen taal) is dan ook gelegen in de graad van bewustzijn:

«Tijdens het cognitieve stadium is degene die de taal leert bezig met een bewuste mentale activiteit met als doel betekenis te vinden in de taal. [...] De innerlijke processen die in deze fase plaatsvinden, zouden de rol van bewuste inspanning bij het leren van de diverse linguïstische contexten kunnen verklaren.»8.

Daar waar het kind ooit geleerd heeft om klanken en begrippen met elkaar te verbinden, beschikt degene die een vreemde taal leert over linguïstisch zelfbewustzijn: «De menselijke spreker/luisteraar is zich bewust van zijn Sich als communicerende agens (handelende persoon). Linguïstische competentie is niets anders dan totale zelfperceptie en totale zelfbeheersing. [...] We moeten duidelijk stellen dat linguïstisch zelfbewustzijn niet gelijk mag worden gesteld aan autocentrisme of narcisme»9, en wel omdat het gaat om een instrument om te communiceren met de rest van de wereld en omdat het tevens een vorm is van zelfbewustzijn die is gericht op zichzelf en op anderen.

Meertalige individuen hebben, wanneer zij op school een vreemde taal leren, een metalinguïstische ervaring: niets is nog langer spontaan of automatisch, bijna alles is onderworpen aan regels die stuk voor stuk worden uitgelegd en die met behulp van het verstand moeten worden geleerd. Ook in dit geval is de affectieve component fundamenteel: de relatie met de leraar en de manier waarop het onderricht plaatsvindt bepalen in belangrijke mate de houding tegenover dit soort studie. De beste resultaten worden bereikt als er sprake is van een belangrijke relatie met de lera(a)r(en) (een soort didactische overdracht) of in elk geval met diegenen van wie de taal wordt geleerd, of wanneer een sterke band bestaat (van esthetische, ideologische of affectieve aard) met de cultuur van de landen waar die taal wordt gesproken.

«De persoonlijke, socioculturele, linguïstische gedragingen kunnen - als we ze beschouwen als affectief-cognitieve complexen - in verband worden gebracht [...] met de positie of reactie van de ontvanger. Een boodschap is in de eerste plaats een prikkel en een antwoord dat wordt bepaald door de affectieve toon van zijn inhoud [...] Gevoelens en emoties zijn zelden afwezig in woorden, ook al kan soms het tegenovergestelde het geval lijken te zijn [...] kunnen de klanken van de taal een symbolische waarde of een emotieve connotatie met zich meedragen [...]»10.

Volgens de meest recente opvattingen van de cognitieve psychologie bewaren wij informatie in een korte termijngeheugen (ook wel operatief geheugen genoemd) of in het lange termijngeheugen. Informatie, die bijvoorbeeld de taal betreft, wordt in vier fasen verwerkt: selectie, acquisitie, constructie van interne verbindingen en integratie van nieuwe met bestaande informatie in het lange termijngeheugen.

Vandaar dat talencursussen die worden aangeprezen om de snelheid en efficiëntie waarmee onwaarschijnlijke hoeveelheden woorden worden aangeleerd ons niet kunnen overtuigen. Wanneer de memorisatie snel verloopt, maar in een affectief steriele context plaatsvindt, blijft de band met het geleerde materiaal vaak zo zwak dat verwarring ontstaat en het geleerde in het niets oplost zonder de tijd te krijgen om te worden vastgelegd in het lange termijngeheugen. Zoals T. S. Eliot zegt in The Love Song of J. Alfred Prufrock:

In a minute there is time.
For decisions and revisions which a minute will reverse
11.

Met de nodige uitzonderingen kan men stellen dat hoe sneller het leren in zijn werk gaat, en hoe minder meeslepend de situatie is waarin dat gebeurt op affectief vlak (of hoe sterker de student in negatieve zin wordt gemotiveerd), des te vergankelijker is het resultaat. «Linguïstisch-communicatieve competentie in twee talen/culturen wordt slechts dan een onschatbare rijkdom voor diegene die de taal leert, wanneer de totale menselijke persoonlijkheid, in haar uitvoerende, cognitieve en sterk bewuste dimensies, wordt betrokken bij de beheersing van twee communicatiesystemen»12.

Wanneer een taal deel gaat uitmaken van iemands identiteit, kan code-switching ook voor expressieve doeleinden worden gebruikt. Het overschakelen op een andere code wordt tot een psychologische keuze die voortkomt uit het diepste Ik van de spreker. Dit is bijvoorbeeld naar voren gekomen uit onderzoek in populaties met het Spaans als moedertaal binnen een Engelstalige samenleving13.

Deze overschakeling kan men ook aantreffen in de literatuur. In Italië zijn momenteel de boeken van Andrea Camilleri zeer populair, een schrijver die Italiaans en Siciliaans dialect met elkaar afwisselt op een originele manier die de lezer ertoe dwingt een taal te leren begrijpen die hem eigenlijk vreemd is. De Italiaanse versie van deze cursus geeft een interessant voorbeeld uit een roman van Camilleri.

Er zijn dichters die gebruik maken van code-switching binnen één gedicht, zoals in het volgende voorbeeld:

Quienes somos

it's so strange in here
todo lo que pasa
is so strange
y nadie puede entender
que lo que pasa aquí

isn't any different
de lo que pasa allá

where everybody is trying
to get out
move into a better place
al lugar where he can hide
where we don't have to know
quienes somos
strange people of the sun
lost in our own awareness
of where we are
and where we want to be
and wondering why
it's so strange in here14

Zich een vreemde taal eigen maken is, zoals we hebben gezien, een zeer diepgaande en ver-reikende ervaring en tegelijk, voor iemand die niet als meertalige spreker wordt geboren, een gelegenheid om zich bewust te worden van zijn eigen kennis op taalgebied. In de volgende hoofdstukken zullen we ingaan op de mentale processen van lezen en schrijven, en tenslotte op dat van het vertalen.

 

Bibliografie

ELIOT T. S. Collected Poems 1909-1962, London, Faber and Faber, 1975. 1a ed. 1963. ISBN 0-571-10548-3.

ORTIZ VÁSQUEZ P. Quienes somos, in The Bilingual Review / La Revista Bilingüe, n. 2, 1975, p. 293-294.

POPLACK S. Sometimes I'll start a sentence in Spanish y termino in Español: toward a Typology of code-switching, in Linguistics, n. 18, 1980, p. 581-618.

TITONE R. On the Bilingual Person, // Milano, Bompiani 1995, ISBN 88-452-2744-8.


1 Titone, p. 48-49.
2 Titone, p. 37.
3 Titone, p. 42.
4 Titone, p. 43.
5 Titone, p. 88.
6 Titone, p. 88.
7 Titone, p. 186.
8 Titone, p. 21.
9 Titone, p. 28.
10 Titone, p. 28.
11 Eliot 1975, p. 14.
12 Titone, p. 177.
13 Poplack 1980.
14 Ortiz Vásquez 1975, p. 193-294.


 



HomeTerugVooruit