Logos Multilingual Portal

15. Lezen en speltheorie

HomeTerugVooruit


" Als je je zo met je zwaard een weg baant door de haag van bladzijden moet je vanzelf denken aan wat woorden allemaal in zich sluiten en verbergen: je baant je een weg door je lectuur als door een dicht bos"1.

Het lezen van een tekst is een semiotische handeling: de lezer ontleent betekenis aan de tekst. Gezien het feit dat, zoals we hebben gezien, de semiose een interpretatieve daad is, is het lezen een opeenvolging van interpretaties en herinterpretaties in het licht van wat de tekst over zichzelf zegt (intratekstuele verwijzingen), van wat hij over de wereld zegt (extratekstuele verwijzingen) en van wat hij over andere teksten zegt (intertekstuele verwijzingen). Elke keer dat een lezer met een teken wordt geconfronteerd, moet hij een beslissingsproces het hoofd bieden, waardoor hij vaak gedwongen wordt te vertrouwen op één betekenis ten koste van andere, en dat proces heeft vervolgens gevolgen voor de interpretatie van de volgende tekens en van de tekst in zijn totaliteit.
In deze zin is het lezen een proces dat iets gemeen heeft met strategische of behendigheidsspelletjes: spellen die een reeks regels hebben die het gedrag van de speler echter niet in absolute zin binden en hem ruimte laten voor zijn eigen creativiteit en handigheid
2. Nog een eigenschap die lezen en strategische spellen gemeen hebben is het feit dat je in beide gevallen het eindresultaat ervan niet kent, en dat een atmosfeer van afwachting creëert die de loop van het spel tot het einde toe interessant houdt.
Bij een spel als schaken zijn de zetten niet willekeurig - de beslissingen zijn systematisch van aard -, maar er blijft hoe dan ook een mogelijkheid open ze naar eigen smaak en goeddunken te verrichten. Daardoor bestaat er binnen de context van een zeer strakke beslissingsactiviteit een (semiotische) ruimte om risico┬┤s te nemen, te gokken en creatieve veronderstellingen te doen

omdat het begrip en gebruik van de tekens nooit een kwestie is van herkenning van een vaste equivalentie, maar altijd één van veronderstellingen of creatieve inductie3.


Het lezen verloopt als een opeenvolging van zetten, de ene keuze na de andere. Er worden correcties gemaakt naarmate de lezer bijvoorbeeld merkt dat er een intertekstuele verwijzing voorkomt, waarbij het vermoeden bij hem wordt gewekt dat ook andere plaatsen in de reeds gelezen tekst met die verwijzing in verband moeten worden gebracht.

Of - om een eenvoudiger geval te nemen - de lezer merkt dat in de tekst een woord of uitdrukking voorkomt die op een bepaald punt van het boek duidelijk een zeker belang en een precieze betekenis krijgt, terwijl zijn of haar interpretatie tot dat punt nog absoluut onduidelijk was. Op dit punt moet de lezer - met zijn geest of met zijn lichaam - terugkeren naar alle voorafgaande plaatsen waar dat woord of die uitdrukking voorkwam, om te controleren wat achteraf beschouwd het effect van hun "co-textualisering" (plaats in de co-text) is in het licht van de interpretatie die hij er later aan heeft kunnen geven.

Aan het eind van het lezen bereikt het interpretatief proces een resultaat. Ook het (voorlopige) resultaat wordt in verband gebracht met de totale kennis die de lezer heeft. Het lezen oefent invloed uit op het wereldbeeld van de lezer, maar tegelijkertijd beïnvloedt het wereldbeeld van de lezer de resultaten van het lezen, die onbevredigend kunnen worden gevonden, waardoor de lezer er toe over kan gaan het spel / het lezen opnieuw, van voren af aan, te beginnen.

Volgens Peirce is de regel een interpretatieve gewoonte die gebaseerd is op het bewust genomen besluit van de interpreterende persoon om op een bepaalde manier te handelen4. Het lezen kan worden opgevat als een linguïstisch spelvoor maar één speler - de lezer - die via een trial and error procédé een reeks interpretatieve hypothesen onder ogen ziet. Wanneer hij die accepteert, gaat hij veder, terwijl hij omkeert en opnieuw begint wanneer hij ze als onjuist beschouwt.

De beslissingen met betrekking tot de afzonderlijke lexicale problemen (het semantisch veld van een woord, de activering of de onderdrukking van diverse betekenissen, de "verdoving" van sommige en de benadrukking van andere betekenissen) raken verstrengeld met de beslissingen die de totaliteit van de problemen der tekstinterpretatie betreffen. De inferentiële beweging verplaatst zich niet alleen van het ene woord naar het andere en van de ene zin naar de volgende, maar ook voortdurend van de micro-interpretatie naar de macro-interpretatie. De totale interpretatie van de tekst wordt vergeleken met de interpretatie van zijn afzonderlijke fragmenten, daar de cohesie en coherentie van de tekst vereisen dat er tussen beide niveaus overeenstemming bestaat.

Terwijl de regels van het spel vaststaan, zijn de strategieën om het te spelen dynamisch van aard. Als we het lezen opvatten als een spel, dan is de spelregel de volgende: in het licht van nieuwe ontdekkingen moeten (onder meer) de interpretatieve regels zelf voortdurend opnieuw ter discussie worden gesteld. De hermeneutische cirkel, waarbij de lezer veronderstellingen doet ten aanzien van de tekst en deze gaat verifiëren of falsificeren in de tekst, die maar door gaat, beschrijft datgene wat Umberto Eco definieert als "onbeperkte semiose".
Dit is niet de juiste plaats om in details te treden en in te gaan op de gevolgen die de interlinguale vertaling heeft voor de hermeneutische cirkel. Men kan echter intuïtief navoelen dat de vertaler zich in een heel delicate positie bevindt: zijn interpretatie blokkeert sommige mogelijke interpretaties en opent andere die door de auteur van de brontekst niet zijn voorzien, en fixeert interpretaties die als voorlopig en dynamisch bedoeld waren. Vergelijken we het lezen met een nooit afgesloten en altijd open blijvende spelpartij, dan is ook het lezen van een vertaalde tekst een partij, waarvoor echter andere regels gelden en die een andere tekst betreft. Gaat het duidelijk om een vertaalde tekst, dan weet de lezer dat iemand de partij al voor hem heeft gespeeld en hem daarover vertelt.

 

Bibliografische verwijzingen:

CALVINO I. Se una notte d'inverno un viaggiatore, Torino, Einaudi, 1979 (Nederlandse uitgave: Als op een winternacht een reiziger, vert. door H. Vlot, Amsterdam, Bert Bakker 1982).

GORLÉE D. L. Semiotics and the Problem of Translation. With Special Reference to the Semiotics of Charles S. Peirce, Amsterdam, Rodopi, 1994. ISBN 90-5183-642-2.

PEIRCE C. S. Collected Papers of Charles Sanders Peirce, uitgegeven door Charles Hartshorne, Paul Weiss en Arthur W. Burks, 8 vol., Cambridge (Massachusetts), Harvard University Press, 1931-1966.
Zie ook de website
www.peirce.org.


1 Calvino 1979 p. 41 (Calvino 1982, p. 35).
2 Gorlée 1994 p.71.
3 Gorlée 1994 p.73.
4 Gorlée 1994 p.84.



 



HomeTerugVooruit