Logos Multilingual Portal

20. Peirce, Eco en de onbeperkte semiose

HomeTerugVooruit


"[...] lezen betekent zich losmaken van iedere intentie, van iedere partijdigheid, om er op voorbereid te zijn een stem op te vangen die zich laat horen wanneer je het het minst verwacht"1.

"Een teken of representamen is een ding dat voor iemand iets vertegenwoordigt in enig opzicht of capaciteit. Het richt zich op iemand, dat wil zeggen, het creëert in de geest van die persoon een gelijkwaardig of misschien een meer ontwikkeld teken. Het teken dat het creëert noem ik de interpretant van dat eerste teken. Het teken staat voor iets, voor zijn object. Het staat niet in alle opzichten voor een object, maar in relatie tot een soort idee, dat ik soms heb aangeduid als de ground van de voorstelling"2.
Aldus verklaart Peirce de relatie tussen de drie elementen van de driehoek van de semiose. Eco heeft er in zijn boek Lector in fabula een hoofdstuk aan gewijd om uit te leggen hoe in deze en andere uitspraken van Peirce de basis kan worden gezien van de onbeperkte semiose, waar we het al vaker over hebben gehad in de voorgaande lessen.
Vóór alles moeten we trachten te begrijpen wat betekenis is voor Peirce. Uit het citaat hierboven blijkt dat een zelfde object, al naar gelang het aspect waaronder het wordt gezien - dat wil zeggen, al naar gelang het vlak (ground) waarop de overweging berust - verschillende interpretanten heeft. Eco lijkt er vooral mee bezig om te proberen het vlak van de individuele waarneming te verlaten en een punt te bereiken waarop kan worden verklaard waarom twee sprekers elkaar gewoonlijk in elk geval ten dele kunnen begrijpen, hoewel hun communicatieve vaardigheden op subjectieve behoeften zijn gebaseerd. En hij stelt:

[...] de ground is een idee in de zin waarin een idee kan worden opgepakt in een communicatieve relatie tussen twee interpretatoren3.

De interpretant is subjectief, maar er bestaat een pragmatisch gebruik van de woorden, dat rekening houdend met de communicatieve relatie tussen twee mensen, gericht is op dat deel van de interpretanten dat beiden vermoedelijk delen. De betekenis van een teken is op zichzelf niets, het wordt pas iets in de relatie met de pragmatiek van de communicatie, het wordt pas iets in de vertaling. De betekenis

[...] is in haar primaire zin de vertaling van een teken naar een andere tekensysteem4. [...] de betekenis van een teken is het teken waarin het moet worden vertaald5.

Dus de driehoek teken-interpretant-object houdt geen rekening met het begrip Ā«betekenisĀ» totdat men bij de realisatie van het semiotisch proces komt. De betekenis is iets empirisch dat valt af te leiden uit de praktische uitvoering van een proces van zingeving, of beter gezegd, van meerdere processen daarvan: iets dat lijkt op het resultaat van de statistische monstername van de interpretanten die te maken hebben met een teken. De betekenis van een term valt volgens Eco voor te stellen als een netwerk van eigenschappen die diezelfde term betreffen6.
Volgens Peirce is de onbeperkte semiose in schijn een direct gevolg van de semiotische theorie, maar krijgt zij uiteindelijk in sommige uiteenzettingen het benauwende uiterlijk van oneindigheid, niet alleen bij de analyse van de betekenis, maar ook bij het zoeken naar een begrip, zoals in de volgende passage:

Het object van de voorstelling kan niets anders zijn dan de voorstelling waarvan de eerste gedaante de interpretant is. Een oneindige rij voorstellingen, waarvan elke de achter haar liggende voorstelling vertegenwoordigt, kunnen we opvatten als beperkt door een absoluut object. De betekenis van een voorstelling kan niets anders zijn dan een voorstelling. In werkelijkheid is zij niets anders dan de voorstelling zelf, die zodanig is opgevat als was zij ontdaan van kleren die haar niet passen. Maar van die kleren kan zij nooit geheel worden ontdaan; ze worden slechts vervangen door iets dat doorzichtiger is. Er bestaat dus een eindeloze regressie. Uiteindelijk is de interpretant niets anders dan een andere voorstelling waaraan de fakkel der waarheid wordt overhandigd; en voor zover ze voorstelling is, heeft ook zij weer een interpretant. Kijk, zo krijg je weer een eindeloze reeks7.

De metafoor van de betekenis als een naakt lichaam, dat je echter nooit naakt te zien krijgt, in een striptease waarin het element van teasing (in de zin van kwelling, grap, in het ootje worden genomen) het aspect van het strippen overheerst, laat de lezer behalve verstoord ook gefrustreerd achter. Elke interpretatie, elke waarneming is slechts een schakel in de oneindige keten van een striptease die nooit ophoudt, hoe doorzichtig de kleren die de stripper draagt in de loop van de tijd ook kunnen worden.
Eco, die begrijpelijk in zijn maag zit met dit duivelse beeld, vindt een oplossing in de vorm van de energetische interpretant. In wezen heeft, volgens Eco, de interpretant die door een object wordt opgewekt een dubbele natuur. Enerzijds bestaat de emotieve interpretant, dezelfde waarover we het tot nu toe voortdurend hebben gehad, het mentale teken, het affectieve element dat in de geest van ieder van ons de verbindende schakel vormt tussen een object en een teken. De interpretaties hebben voor de affectieve interpretanten gevolgen die beperkt blijven tot het vlak van de interpretatie en de wijziging van de voorstellingen, maar die het gedrag niet veranderen.

"Energetische interpretant" is echter datgene wat "een verandering van gewoonte produceert"8. Wanneer deze in schijn oneindige reeks van voorstellingen van voorstellingen vanuit de mentale context overgaat naar de praktische context en een ander gedrag bepaalt, wordt "onze manier van handelen in de wereld er blijvend of voorbijgaand door veranderd"9. Het is deze nieuwe houding, dit pragmatische aspect, met andere woorden: de uiteindelijke interpretant, die een eind maakt aan de voortdurende striptease van de betekenis en een concreet resultaat suggereert waar men vastigheid aan heeft.
Uiteindelijk heeft de onbeperkte semiose aldus een praktisch resultaat opgeleverd. Als we deze redenering vertalen naar de praktijk van de communicatie, het lezen en de vertaling, kunnen we zeggen dat het semiotisch proces een einde neemt wanneer de vertaler concreet een vertaling kiest, een doeltekst waarmee hij de brontekst vervangt. Te zeggen dat het proces eindigt, is echter een illusie:

[...] de handeling die wordt herhaald als reactie op een bepaald teken wordt op haar beurt tot een nieuw teken, het representamen van een wet die het voorgaande teken interpreteert en leidt tot nieuwe interpretatieprocessen10.

Met andere woorden: de vertalende tekst brengt de anders oneindige semiose van de brontekst tot een einde, maar opent een keten van onbeperkte semiose die is gebaseerd op nieuwe tekens, nieuwe teksten en nieuwe interpretaties. Voor de conclusie geven we Umberto Eco weer het woord:

De semiose wordt door zichzelf verklaard: deze voortdurende kringloop is de normale conditie van de betekenisgeving en stelt zelfs de communicatieprocessen in staat tekens te gebruiken om te spreken over dingen en toestanden in de wereld11.

 

Bibliografische verwijzingen:

CALVINO I. Se una notte d'inverno un viaggiatore, Torino, Einaudi, 1979 (Nederlandse uitgave: Als op een winternacht een reiziger, vert. door H. Vlot, Amsterdam, Bert Bakker 1982).

ECO U. Lector in fabula. La cooperazione interpretativa nei testi narrativi, Milano, Bompiani, 1981, ISBN 88-452-1221-1. Eerste uitgave 1979 (Nederlandse editie: Lector in fabula: de rol van de lezer in narratieve teksten, vert. door Y. Boeke en P. Krone, Amsterdam, Bert. Bakker 1989.)

ECO U. The Role of the Reader. Explorations in the Semiotics of Texts, Bloomington, Indiana University Press, 1995, ISBN 0-253-20318-X.

PEIRCE C. S. Collected Papers of Charles Sanders Peirce, uitgegeven door Charles Hartshorne, Paul Weiss e Arthur W. Burks, 8 vol., Cambridge (Massachusetts), Belknap, 1931-1966.
Zie ook de website
www.peirce.org.


1 Calvino 1979, p. 242 (Calvino 1982, p. 195.)
2 Peirce, vol. 2, p. 228.
3 Eco 1981, p. 31.
4 Peirce, vol. 4, p. 127.
5 Peirce, vol. 4, p. 132.
6 Eco 1995, p. 187.
7 Peirce, vol. 1, p. 339.
8 Eco 1991, p. 45.
9 Eco 191, p. 45.
10 Eco 1995, p. 195. Vertaling B. Osimo.
11 Eco 1995, p. 198. Vertaling B. Osimo.



 



HomeTerugVooruit