Logos Multilingual Portal

22. Steiner en het begrip als vertaling

HomeTerugVooruit


"[...] ook hiervan realiseer je je dat je dat opgemerkt hebt, oplettend Lezer als je bent, vanaf de eerste bladzijde"1.

In 1975, het jaar waarin de eerste editie van After Babel verscheen, was George Steiner een van de eersten die een goed gebruik maakte van de uitbreiding die Jakobsón had gegeven aan het begrip vertaling tot de intralinguale vertaling. Uitingen zijn handelingen die kinderen zijn van hun eigen tijd, ruimte, sociale en gemeenschapscultuur, niet alleen van de individuele spreker of schrijver, maar ook van de groep waartoe die spreker of schrijver behoort. Op een communicatieniveau dat ook maar een beetje complex van aard is, hebben de interessantste delen van de uitwisseling niet zozeer direct te maken met de uiting op zich, als wel met haar relaties met het niet-gezegde waarvan de context de drager is, en kunnen ze door middel van de interpretatie het niveau bereiken waarop de individuele uiting zijn karakter, zijn eigen vorm (idiomorfisme) krijgt.

Steiner onderstreept hoe belangrijk het is de ruimtelijke en tijdscoördinaten van een tekst te kennen en leren overzien, om daar door middel van eliminatie de specifieke kenmerken van te belichten in contrast met andere ruimten/tijden en in verband met de andere uitingen met dezelfde tijd-ruimte-coördinaten de specifieke, eigen kenmerken van die tekst bloot te leggen. De tekst is overigens niet compleet totdat hij wordt gelezen. Zijn leven bestaat uit de "originele herhalingen" van het lezen en het zich eigen maken ervan. Het zijn "herhalingen", omdat het in zekere zin gaat om uitvoeringen van dezelfde partituur, van verwezenlijkingen van dezelfde tekst bij het lezen, van interpretaties van dezelfde geschreven premissen. Ze zijn "origineel" omdat, zoals wij hebben gezien toen wij het hadden over de semiose, er geen twee gelijke lezingen bestaan, zelfs niet als zij gelijktijdig, op dezelfde plaats, in dezelfde cultuur, of in snelle opeenvolging, door dezelfde persoon plaatsvinden.

Waar een zo precies mogelijke interpretatie plaatsvindt, waar onze gevoeligheid zich het object toe-eigent, maar het autonome leven van het object bij deze toe-eigening blijft overzien en er vaart aan geeft, daar is het proces er één van "originele herhaling". Wij voeren, binnen ons bewustzijn van ontwikkelde mensen, dat een secundaire maar op dat moment dominerende rol speelt, opnieuw de schepping uit2.

Dit procédé wordt in zekere mate verricht door een toestand van onderworpenheid, van gedeeltelijke passiviteit, of beter gezegd, van niet totale activiteit. De tekst die wordt gelezen en geïnterpreteerd, zijn identiteit als tekst die een hogere eenheid vormt dan de afzonderlijke delen waaruit hij bestaat, overheerst onze interpretatievrijheid en verhindert ons om naar willekeur met hem om te gaan. Dat maakt het volgens Steiner mogelijk om te spreken van een metafoor van de liefde. Een goede interpretator moet in staat zijn afstand te doen van een deel van zijn ouderschap om aan de auteur te geven wat hem toekomt, hij moet in staat zijn tot een gevoel van identiteit ondanks het anderszijn, tot een verbintenis die voor een deel betekent dat hij zichzelf wegcijfert, en voor een deel zichzelf verhoogt door te versmelten met de ander.

In de grote interpretator gaat een soort vrouwelijkheid schuil, een onderwerping aan de creatieve aanwezigheid, die actief wordt door de intensiteit van de reactie. Zoals de dichter, de dirigent of de criticus kunnen zeggen Je est un autre. [...] vullen twee fundamentele bewegingen van de geest elkaar aan: het bereiken van de vereenzelviging (Einfühlung) is een net zozeer talige als emotionele daad. Voor zover zij gebruik maken van "speculatieve instrumenten", bevinden criticus, redacteur, acteur en lezer zich op hetzelfde terrein3.

Dat Steiner hier spreekt over een "talige en emotionele" daad lijkt echter zijn hoogst interessante betoog over de waarneming van het niet-gezegde in de tekst tegen te spreken of op zijn minst af te zwakken. Het niet-gezegde, of niet-geschrevene, is per definitie niet-linguaal, en daarom zouden wij liever spreken van een "semiotische daad" in bredere zin.

George Steiner levert ons een bevestiging van onze structurele benadering in deze cursus. Dit deel van de cursus hebben wij gewijd aan de fase van de vertaling die met het lezen samenvalt, en ook Steiner spreekt over het lezen als vertaling. Zoals we hebben gezien, brengt de interpretatie de taal tot leven, ook buiten de tijd en plaats van productie van de tekst. Wanneer wij een geschreven tekst lezen - en als hij geschreven is, wordt het overbodig te spreken van een tekst uit het verleden, ook al horen welbeschouwd ook aangehoorde teksten tot het verleden, zoals valt af te leiden uit de door ons gebruikte werkwoordstijd "aangehoorde" - zijn wij in zekere zin "vertalers van de taal vanuit de tijd"4. Dit staat los van het feit of wij nu lezers, redacteuren, acteurs of vertalers zijn.

Dat een interlinguale vertaler gebruikt maakt van woordenboeken, woordenlijsten, terminologielijsten, historische grammatica's, diachronische woordenlijsten, studies van jargon, Bargoens of dialecten, tekstcorpora en andere soortgelijke instrumenten om in de eerste plaats de tekst te begrijpen en vervolgens trachten te reproduceren wat er in de brontekst staat, wordt allemaal als vanzelfsprekend beschouwd. Veel minder vanzelfsprekend is het dat dezelfde instrumenten dienen voor een vertaling/lezing van een tekst in dezelfde taal. Of liever gezegd, in dezelfde natuurlijke taal, aangezien wij het hebben gehad over het feit dat er zelfs binnen een zelfde spreker geen "zelfde taal" bestaat.

Terwijl bij de tweetalige vertaling de voornaamste gevaren schuilen in de zogenaamde "false friends", woorden die - geïnterpreteerd door iemand die een andere moedertaal heeft dan die van de brontekst - zich bedrieglijk voordoen als andere, moet de intralinguale vertaler op zijn hoede zijn voor de schijnbare normaliteit, voor schijnbare eenvoud, voor het gemakkelijk te begrijpen lijken.

Hoe meer de taal in schijn gestandaardiseerd is [...], des te meer verborgen zijn de indicatoren van semantische datering5.

Deze opmerking is hoogst interessant, ook al verdient zij enige uitleg. Steiner beschouwt het als vanzelfsprekend dat het aanwijzen van een gemarkeerd element binnen een tekst relatief gemakkelijker is dan het aanwijzen van een niet-gemarkeerd element binnen een tekst, dat echter in de loop der tijd een wezenlijke verandering van betekenis heeft ondergaan. Het gaat hier om een soort intralinguale "false friends", zoals waar wij mee te maken krijgen als wij bijvoorbeeld Vondel lezen.

De diachronische vertaling binnen dezelfde taal is een proces dat wij voortdurend uitvoeren zonder dat we dat beseffen6, en daardoor merken wij niet hoe belangrijk het is. Aangezien zich alles herinneren leidt tot waanzin, selecteert onze geest de herinneringen. De geschiedenis van het individu, maar ook de Geschiedenis met een hoofdletter, is dus een semantische ordening van de herinnering, en verschilt al naar gelang het type stilering en al naar gelang de cultuur. Anderzijds zijn ook de kunst en de literatuur het resultaat van een "onaflatend proces, ook al is dat vaak onbewust, van innerlijke vertaling"7, een bewering die niet ver afstaat van het begrip "semiosfeer" dat wij kennen van Lotman.

Op bescheidener, dagelijkse schaal kan men hetzelfde zeggen over de communicatie tussen personen. Elke spreker put uit twee bronnen: de "normale" manier van spreken die overeenkomt met zijn niveau van ontwikkeling, en een persoonlijke manier van het ordenen van woorden, een eigen woordenschat.

Deze maakt onlosmakelijk deel uit van het onbewuste, van de herinneringen in de mate waarin die in woorden kunnen worden gevat, en van het totaal van het eigene, van het onvervreemdbaar specifieke van zijn lichamelijke en psychologische identiteit. [De eigen taal bestaat, en het is dan ook waar dat] de aspecten van elke uiting uniek en individueel zijn. Zij vormen dat wat taalkundigen "idiolect" noemen8.

Om deze reden ligt het eerste residu van elke vorm van communicatie in de bijzondere eigenschappen van de geordende kennis en de wijze van ordenen ervan, van de semiotische wereld of micro-semiosfeer van het individu. Het begrip standaardtaal is dan ook niet meer dan een fictief begrip, afkomstig uit de statistiek; het komt niet overeen met reële individuen. Men kan sociologisch onderzoek verrichten naar sprekers, maar het gaat dan toch om een verzameling cellen van de semiosfeer, van "atomaire uitingen, van persoonlijke betekenissen die in wezen niet tot iets anders terug zijn te brengen".

Slechts de intimiteit - in termen van liefde maar ook van haat of van welke andere emotie ook - kan ertoe dienen het idiolect van iemand anders te begrijpen, en kan helpen om vertalers te worden van iemand anders. Daarom maakt het niets uit of het proces tussen twee talen of binnen één taal verloopt: communicatie is altijd vertaling. De vloek van Babel, die door God over de mensen werd uitgeroepen om te verhinderen dat zij elkaar begrijpen (zie het bijbelboek Beresjiet/Genesis), is dus niet de oorzaak geweest van alle onbegrip, maar slechts het kersje op een taart die de mens reeds had.

Het voorval van Babel heeft de vertaler bevestigd in en officieel bekleed met zijn oneindige taak: ze heeft hem niet in het leven geroepen9.

 

Bibliografische verwijzingen:

CALVINO I. Se una notte d'inverno un viaggiatore, Torino, Einaudi, 1979 (Nederlandse uitgave: Als op een winternacht een reiziger, vert. door H. Vlot, Amsterdam, Bert Bakker 1982).

STEINER G. After Babel. Aspects of Language and Translation, tweede editie, Oxford, Oxford University Press, 1992. ISBN 0-19-282874-6.


1 Calvino 1979, p. 35 (Calvino 1982, p. 31.)
2 Steiner 1992, p. 27. Vertaling uit het Italiaans van B. Osimo.
3 Steiner 1992, p. 27. Vertaling uit het Italiaans van B. Osimo.
4 Steiner 1992, p. 29. Vertaling uit het Italiaans van B. Osimo.
5 Steiner 1992, p. 29. Vertaling uit het Italiaans van B. Osimo.
6 Steiner 1992, p. 30.
7 Steiner 1992, p. 31.
8 Steiner 1992, p. 47. Vertaling uit het Italiaans van B. Osimo.
9 Steiner 1992, p. 49. Vertaling uit het Italiaans van B. Osimo.



 



HomeTerugVooruit