Logos Multilingual Portal

3 - Modellen van transformatie

HomeTerugVooruit


"La nota de ese diccionario, tras no explicar cuanto acabo de contar y descubrí algo después, terminaba así [...]"1.

Talloze onderzoekers hebben zich beziggehouden met de omzetting van gedachten in taal. Terwijl bestudering van de analyse, het proces waar we ons in het tweede deel van de cursus hebben beziggehouden, het duidelijke voordeel biedt dat het uitgaat van een concreet object – de tekst – dat leidt tot redeneringen waarmee gedachten en verbanden worden gevormd, ziet iemand die de synthese bestudeert, het proces waar we ons nu mee bezig zullen houden, zich geconfronteerd met het probleem dat zijn object onzichtbaar en nogal ongrijpbaar is: dat is namelijk de gedachte, de betekenis.

Een stroming binnen het wetenschappelijk onderzoek heeft zich het doel voor ogen gesteld om het proces van de synthese in objectieve termen te beschrijven, ten behoeve van een eventueel gebruik ervan voor automatische vertaling. Zij gaat uit van de leer van Chomsky om een beschrijving te verkrijgen van de omzetting van betekenis in tekst, die wordt gezien als pure transformatie zonder dat wordt geprobeerd in te gaan op de vorming van gedachten, met alle psychologische implicaties die zo’n benadering met zich mee zou brengen. De belangrijkste exponent van deze stroming is de Russische onderzoeker Igor´ Aleksàndrowitsj Mel´tsjoek, die actief is in het Frans-Canadese cultuurgebied2.

Het aspect van Mel´tjoeks zeer omvangrijke werk dat ons hier interesseert is erg beperkt van omvang en betreft dat wat de linguïst aanduidt als "het systeem betekenis ⇔ tekst". Ons interesseert op dit moment alleen de theorie, want Mel’tsjoeks systeem gaat uit van het begrip "synoniem" en de "synonieme parafrase", iets dat nauwelijks van toepassing is op de vertaling.

De uitgangsstelling is de volgende:

Natuurlijke taal is een bijzondere vorm van een transformator, die gegeven betekenissen verwerkt tot daarmee overeenkomende teksten en gegeven teksten tot daarmee overeenkomende betekenissen3.

Het begrip "betekenis" blijft beperkt tot het informatieve aspect, en houdt dan ook geen rekening met de hele sfeer van connotaties en nuances in de betekenis. De grondslag voor deze opvatting vormt het begrip "gelijkheid van betekenis" [ravnoznatsjnost´], en de kern van Mel´tjsoeks werk is de "synonieme transformatie" van een tekst tot een andere tekst "met gelijke betekenis". Deze opstelling brengt nauw omschreven beperkingen met zich mee, en de Russische wetenschapper is de eerste om dat in te zien:

de gelijkheid van betekenis moet worden gezien binnen de grenzen van een conventionele specificatie: we hebben het recht om af te spreken dat we niet zullen kijken naar de betekenisnuances die te subtiel zijn voor het door ons gestelde doel4.

Het is niet moeilijk te zien dat deze benadering van de betekenis en de transformatie ervan tot tekst in opzet doet denken aan het begrip vertaling: het is het begrip "zin, betekenis" dat wordt gedefinieerd uitgaande van het begrip vertaling, ook als we onder "vertaling" iets veel simpelers verstaan dan we gewoon zijn:

voor ons is de betekenis niet los te zien van de perifrase met behulp van synoniemen, en met name niet los te zien van de vertaling (die eenvoudig gezegd een vorm van interlinguale perifrase is). Deze opvatting van de betekenis is nogal achtergebleven als je haar bijvoorbeeld vergelijkt met die van R. O. Jakobson: "De signifiant is dat wat men waarneemt, terwijl de betekenis datgene is wat men begrijpt, of uitgedrukt in concretere en meer operatieve termen, dat wat men vertaalt." (Jakobson 1959, p. 62)5.

Het model is dus vereenvoudigd, maar het voordeel van die vereenvoudiging ligt in haar toepasbaarheid, in haar operatieve functionaliteit. Het doel van de studie naar het model betekenis ⇔ tekst is de systematische, taxonomische classificatie van de manieren waarop de transformatie tot stand komt, om een zodanige objectieve logische beschrijving van de afzonderlijke veranderingen te kunnen geven dat een computer in staat is die als input te accepteren. Uitgaande van de theorie van Chomsky – die zich bezighoudt met de begrippen competence, de expressieve potentie van de individuele spreker, en performance, dat de feitelijke talige prestatie van de spreker in een concrete situatie betekent –, stelt Mel´tsjoek zich er voorlopig mee tevreden de computer te laten werken op het gebied van de competence.

Met andere woorden, Mel’tsjoek stelt zich niet ten doel reële, door sprekers geuite zinnen, teksten waarmee een vertaler te maken krijgt, door de computer te laten vertalen. Het gaat er eerder om te proberen om gewone, regelmatige zinnen om te zetten, die zijn gevormd door toepassing van gevestigde normen, en die daar niet in het minste van afwijken, ook niet in enig formeel opzicht.

De beschrijving van de overeenkomsten tussen betekenis en tekst moet volgens Mel´tsjoek bestaan uit drie componenten:

1) een inventaris van de elementaire eenheden van de betekenis (semen) en de regels waarmee ze gecombineerd kunnen worden tot complexere eenheden van betekenis (semantische voorstellingen);

2) een inventaris van de elementaire eenheden van de tekst (morfen) en de regels waarmee ze gecombineerd kunnen worden tot complexere teksteenheden (samengestelde woorden, combinaties van woorden, zinnen);

3) de regels die elke eenheid van betekenis vergelijken met de overeenkomstige teksteenheden6.

Een probleem van de theorie van Mel´tsjoek is dat ze "overgangen van complexe betekenissen (verkregen door middel van combinaties) naar even complexe teksten pretendeert te beschrijven...]"7, terwijl wij weten dat de gedachte die een tekst genereert complexer is dan de tekst zelf. Ten eerste is de innerlijke taal, de "taal van de geest", veel sneller dan de externe verbale taal. Degene die de tekst realiseert – de spreker of de schrijver – kan zijn tekst onmogelijk met dezelfde snelheid produceren als die waarmee die tekst ontstaat. Ten tweede is de organisatie van de verbale taal lineair van aard. Woorden worden gecombineerd volgens de regels die gelden voor de syntagmatische as en geselecteerd volgens de regels die gelden voor de paradigmatische as. Uit die verbinding ontstaat een "taallijn". De mentale taal doet echter meer denken aan een hypertekst dan aan een tekst: ze bevat verbindingen die verder gaan dan fysieke nabijheid (vorig woord, volgend woord) of logica (verwante functie, betekenis, klank, enz.). Ze impliceert namelijk ook verbanden die op het eerste gezicht arbitrair kunnen lijken, die te maken hebben met het geheugen of met gevoelens, vrije associaties of plotselinge invallen. Ten derde weten we dat de informatieleer altijd een residu aanwijst, bij elke communicatieve daad. Als Mel’tsjoek het heeft over de complexe gedachte die overeen zou stemmen met een complexe tekst, dan houdt hij geen rekening met het residu dat inherent is aan het onder woorden brengen van een gedachte, en vereenvoudigt hij het proces ook in dit opzicht.

Net als in de leer van Chomsky, worden ook door Mel’tsjoek twee elementen van elkaar onderscheiden: een linguïstisch deel, dat zowel descriptieve informatie geeft als voorschriften bevat over de werking van een taal, en een algoritmisch deel, waarin de mechanismen en procedures worden uitgewerkt die het mogelijk maken gebruik te maken van informatie over taal. De term "algoritme" stamt uit de wiskunde en is eigenlijk een verbastering van de naam van de Arabische wiskundige al-Khuwarizmi, die leefde in de achtste eeuw. Het gaat hier om een procédé om problemen te kunnen oplossen, dat als doel heeft om een zo klein mogelijk aantal regels vast te stellen met nauwkeurige aanwijzingen over hun toepassing. Algoritmes vormen de basis voor de formulering van instructies voor computers, en dat is de reden waarom Mel’tsjoek zulke regels wil creëren ten behoeve van de verbale synthese.

Terwijl Chomsky’s systeem generatief is (en zich ten doel stelt het ontstaan van een tekst te verklaren uitgaande van de betekenis), is dat van Mel’tsjoek transformatief of vertalend:

Un MST [afkorting van ‘sense-text model’] essaie de se comporter comme un locuteur, qui ne passe son temps ni à générer des ensembles des phrases grammaticalement correctes ou à distinguer entre les phrases correctes et incorrectes, ni à transformer des structures abstraites ; un locuteur parle, c'est-à-dire qu'il exprime, au moyen de textes, les sens qu'il veut communiquer. Un MST doit faire la même chose: «traduire» un sens donné en un texte qui l'exprime (voilà pourquoi ce modèle est qualifié de "traductif")8.

We zullen ons voorlopig niet nader bezighouden met de leer van betekenis-tekst. We vinden het echter belangrijk er enkele aspecten van te hebben belicht die ons inziens belangrijk zijn voor de vertaalwetenschap. Deze kunnen we als volgt samenvatten:

  • Spreken over het onder woorden brengen van mentaal materiaal of de innerlijke taal als van een vertaalproces leek aanvankelijk een op zijn minst ketterse visie, maar als we kijken naar het werk van onderzoekers uit uiteenlopende disciplines wordt het steeds gemakkelijker te begrijpen. Mel’tsjoek concentreert zich op wat wij het "vertaalproces" vanuit het mentale naar het verbale (en omgekeerd) zouden noemen. Hierin stelt hij zich op een manier op die we kunnen vergelijken met die van de psychologen van het "behaviorisme". Hij wil bewust niet weten wat er gebeurt in de "zwarte doos" van de geest en richt zich op de externe resultaten van de werking ervan.
  • Mel´tsjoeks benadering van het probleem verdient in methodologisch opzicht alle lof. Zijn poging om een taxonomie op te stellen van de verschijnselen die bij het vertaalproces om de hoek komen kijken, is een potentieel zeer nuttige prikkel voor de vertaalwetenschap. Om te vermijden dat we een theorie gaan bestuderen die in de dagelijkse praktijk van het vertalen geen toepassing vindt, geloof ik dat we beter niet kunnen werken met vereenvoudigde modellen die een vereenvoudigde taal beschrijven die louter en alleen bestaat uit de meest gebruikelijke en erkende regels van de taal. Ik wil daarom niet ingaan op de diagrammen die Mel’tsjoek heeft gemaakt en gebruikt voor zijn experimenten met vertaling door middel van de computer. Ik geloof dat het er veel meer om gaat de connotatie te bestuderen, waar bijna iedere reële taaluiting rijk aan is. Maar waarschijnlijk komt er ooit een dag waarop we in staat zullen zijn de taal veel nauwkeuriger te beschrijven, en dan zal de hier beschreven taxonomische benadering er de methodologische kern van vormen.

 

Bibliografische verwijzingen:

MARÍAS J. Negra espalda del tiempo, Punto de lectura, 2000 (oorspronkelijke editie 1998), ISBN 84-663-0007-7.

MEL'TSJOEK I. A. Opyt teorii lingvističeskih modelej «smysl⇔tekst». Semantika, sintaksis. [Een poging tot theorievorming voor de linghuale modellen "betekenis ⇔ tekst". Semantiek, syntaxis]. Moskvà, Nauka, 1974.

MEL'TSJOEK [MEL´ČÚK] I. Vers une linguistique Sens-Texte. Leçon inaugurale. Paris, Collège de France, 1997, 78 pages.


1 Marías 2000, p. 161. "Na niets van dit alles te hebben verklaard concludeerde het lemma in het woordenboek als volgt: […]."
2 http://www.fas.umontreal.ca/ling/olst/melcuk
3 Mel´tsjoek 1974, p. 9.
4 Mel´tsjoek 1974, p. 10.
5 Mel´tsjoek 1974, p. 11.
6 Mel´tsjoek 1974, p. 18.
7 Mel´tsjoek 1974, p. 18.
8 Mel´tsjoek 1997, p. 7.



 



HomeTerugVooruit