Logos Multilingual Portal

33 - Impliciete en expliciete intertekstualiteit

HomeTerugVooruit


" Wenn er sich zu weit vorbeugte, dachte ich, er wolle sie küssen, obwohl das, schon wegen der Stellung des Teetisches zwischen ihnen, ganz unmöglich gewesen wäre."1

"Wanneer hij zich te ver voorover boog, dacht ik dat hij haar wilde kussen, ook al maakte alleen de positie van het theetafeltje tussen hen beiden in dat al absoluut onmogelijk".

Een tweede manier om intertekstualiteit te benaderen richt zich op de in de vertaalde en te vertalen teksten aanwezige verwijzingen en op de daarmee samenhangende problemen van culturele vertaalbaarheid. Het probleem is ernstiger dan het op het eerste gezicht misschien kan lijken, doordat elke uiting van ons, of die nu schriftelijk of oraal en al dan niet verbaal van aard is, een plaats krijgt in een context van intertekstuele invloeden die de wijze beïnvloedt waarop een uiting ontstaat. In zijn essay over de semiosfeer vergelijkt Lotman de wereld van de cultuur, of van de zingeving, met een organisme, een macrosysteem waarin de afzonderlijke culturen op elkaar reageren en elkaar verrijken. Lotman beschouwt de relatie tussen de eigen cultuur (die van het individu of van de culturele, geografische en sociale groep waartoe die behoort) en de cultuur van anderen als een rijke kans voor beide culturen om elkaar te "besmetten" en te evolueren, zonder tot een eenheidsworst te worden, sterker nog, terwijl de verschillen juist worden benadrukt. Dit gebeurt door de bewustwording van de eigen identiteit die de confrontatie met de ander mogelijk maakt.

Het vertalen bevindt zich in deze optiek op het grensgebied tussen twee culturen, het is dat verschijnsel dat communicatie tussen die culturen, de waarneming van wat van een ander is, kruisbestuiving mogelijk maakt. Intertekstuele verwijzingen zijn een concreet voorbeeld van deze vorm van grenscultuur.

Op het moment dat een vertaler een intertekstuele verwijzing opmerkt in de tekst die hij vertaalt, dan zal hij, als hij drager wil zijn van de grenscultuur, als hij een bemiddelende rol wil hebben, zich om die ontdekking bekommeren en strategieën ontwikkelen om ook de lezer van de doeltekst toegang te bieden tot die verwijzing. Maar, zoals we zullen zien, kunnen intertekstuele verwijzingen meer of minder expliciet zijn. De vertaler die een intertekstuele verwijzing alleen maar als lastig ziet en alles doet om die te begraven onder de leesbaarheid van de doeltekst is geen belichaming van de grenscultuur, en heeft een opvatting over culturele bemiddeling als de relatie tussen een avant-garde met de taak van censor en de massa's lezers, die, al naar gelang het oordeel van de vertaler, kunnen worden buitengesloten van wat in het "Torentje" (het brein van de vertaler) gebeurt.

De vertaling van interteksten kan ook onbewust zijn. Volgens Bloom staan teksten vol "resten" van voorgaande teksten, en komt dit niet doordat de auteur dat bewust heeft nagestreefd, maar door een onbewust verlangen om zijn voorgangers te overtreffen, door onmacht om zijn eigen rol van door andere schrijvers beïnvloede schrijver te accepteren en door een zekere neiging om de schuld van erkenning of herkenning te ontkennen.

Afgezien van het onderscheid tussen bewuste en onbewuste interteksten, kunnen intertekstuele verwijzingen ook worden geclassificeerd door ze te plaatsen langs het continuüm impliciteit / expliciteit. Natuurlijk geldt dat hoe implicieter van aard een intertekst is, des te moeilijker hij is op te sporen en te vertalen. Er zijn tenminste drie gezichtspunten of zienswijzen op grond waarvan een intertekstuele verwijzing als meer of minder impliciet kan worden beschouwd:

  1. een tekst kan meer of minder expliciet als intertekst naar voren komen. Zo is dat veel duidelijker zichtbaar als de intertekst grafisch wordt aangeduid (bijvoorbeeld met behulp van aanhalingstekens), dan wanneer de tekst niet van de co-tekst is geïsoleerd;
  2. de bron van de intertekst kan meer of minder expliciet zijn. Als de intertekst expliciet aan een bron wordt toegeschreven, is het voor de lezer niet moeilijk deze eruit te begrijpen. Als het citaat of de intertekst anoniem is zal de oorsprong moeilijker te begrijpen zijn;
  3. de functie die de auteur aan de intertekst heeft meegegeven kan meer of minder expliciet zijn. Als de intertekst bijvoorbeeld expliciet gebruikt wordt om iets te illustreren of te beredeneren, zal het voor de lezer niet moeilijk zijn deze functie te begrijpen. Als het citaat of de intertekst echter geen duidelijke functie lijkt te hebben, wordt het moeilijker de strategie achter het gebruik ervan te vatten.

In de laatste twee gevallen, dat wil zeggen de bron en de functie van de intertekstuele verwijzing, kan de overgang van de zendende naar de ontvangende cultuur het totaalbeeld ingewikkelder maken. Dit omdat een in de zendende cultuur bekende bron in de ontvangende cultuur niet zo bekend hoeft te zijn, en een in de zendende cultuur gemakkelijk te begrijpen functie in de ontvangende cultuur minder begrijpelijk kan worden. In de volgende tabel, die is ontleend aan een artikel van mijn hand (Osimo 2001: 16-19), ziet men hoe de moeilijkheidsgraad van een interculturele overgang van een verwijzing kan variëren al naar gelang de verschillende parameters.

Intertekstualiteit

 

Moeilijkheid v. d. decodering

Bron bekend bij de vertaler

Bron bekend in de ontvangende cultuur

Functie bekend bij de vertaler

Functie bekend in de ontvangende cultuur

Moeilijkheid v. d. decodering

Impliciete intertekst

8

nee

nee

nee

nee

128

ja

64

ja

nee

64

ja

32

ja

nee

nee

64

ja

32

ja

nee

32

ja

16

ja

nee

nee

nee

64

ja

32

ja

nee

32

ja

16

ja

nee

nee

32

ja

16

ja

nee

16

ja

8

2

nee

nee

nee

nee

32

ja

16

ja

nee

16

ja

8

ja

nee

nee

16

ja

8

ja

nee

8

ja

4

ja

nee

nee

nee

16

ja

8

ja

nee

8

ja

4

ja

nee

nee

8

ja

4

ja

nee

4

ja

2

Impliciete intertekst

4

nee

nee

nee

nee

64

ja

32

ja

nee

32

ja

16

ja

nee

nee

32

ja

16

ja

nee

16

ja

8

ja

nee

nee

nee

32

ja

16

ja

nee

16

ja

8

ja

nee

nee

16

ja

8

ja

nee

8

ja

4

4

nee

nee

nee

nee

64

ja

32

ja

nee

32

ja

16

ja

nee

nee

32

ja

16

ja

nee

16

ja

8

ja

nee

nee

nee

32

ja

16

ja

nee

16

ja

8

ja

nee

nee

16

ja

8

ja

nee

8

Expliciete intertekst

4

nee

nee

nee

nee

64

ja

32

ja

nee

32

ja

16

ja

nee

nee

32

ja

16

ja

nee

16

ja

8

ja

nee

nee

nee

32

ja

16

ja

nee

16

ja

8

ja

nee

nee

16

ja

8

ja

nee

8

ja

4

1

nee

nee

nee

nee

16

ja

8

ja

nee

8

ja

4

ja

nee

nee

8

ja

4

ja

nee

4

ja

2

ja

nee

nee

nee

8

ja

4

ja

nee

4

ja

2

ja

nee

nee

4

ja

2

ja

nee

2

ja

1

Expliciete intertekst

4

nee

nee

nee

nee

64

ja

32

ja

nee

32

ja

16

ja

nee

nee

32

ja

16

ja

nee

16

ja

8

ja

nee

nee

nee

32

ja

16

ja

nee

16

ja

8

ja

nee

nee

16

ja

8

ja

nee

8

ja

4

1

nee

nee

nee

nee

16

ja

8

ja

nee

8

ja

4

ja

nee

nee

8

ja

4

ja

nee

4

ja

2

ja

nee

nee

nee

8

ja

4

ja

nee

4

ja

2

ja

nee

nee

4

ja

2

ja

nee

2

ja

1

In de eerste twee kolommen kijkt men naar de aan- of afwezigheid van aanhalingstekens of andere schrifttekens die de tekst afbakenen en ons in staat stellen te begrijpen wat het citaat of de intertekst is en de aanwezigheid ervan expliciet maken.

De derde en vierde kolom betreffen de impliciteit / expliciteit van de bron van de intertekst. De vijfde en zesde kolom zijn gewijd aan de impliciteit / expliciteit van de functie van de intertekst. In de laatste kolom vinden we een coëfficiënt van moeilijkheid van bemiddeling, die, zoals men zal opmerken, exponentieel toeneemt naarmate de bron, functie en aanwezigheid van het citaat impliciet zijn.

Behalve met deze parameters is het ook belangrijk rekening te houden met de mogelijkheid voor de individuele vertaler om de aanwezigheid, bron of functie van een bepaalde intertekst te ontcijferen. Dit is een subjectieve parameter. Zoals altijd geldt, heeft een door de vertaler gemiste decodering een keten van gevolgen voor de ontcijfering door al zijn lezers.

Bibliografie

CANETTI ELIAS Die gerettete Zunge. - Die Fackel im Ohr. - Das Augenspiel, München, Carl Hanser Verlag, 1995, ISBN 3-446-18062-1. Gebruikte uitgave: Die gerettete Zunge, Frankfurt, Fischer Verlag 1979, ISBN 3-596-22083-1.

SHUTTLEWORTH MARK e COWIE MOIRA, Dictionary of Translation Studies, Manchester, St. Jerome, 1997, ISBN 1-900650-03-7.

TOROP P. 1995 La traduzione totale, uitgegeven door Bruno Osimo, Modena, Logos, 2000, ISBN 88-8049-195-4. Oorspronkelijke uitgave: Total´nyj perevod. Tartu, Tartu Ülikooli Kirjastus, 1995, ISBN 9985-56-122-8.


1 Canetti 1979: 150.



 



HomeTerugVooruit